• Alles voor huis, tuin & dier
  • Voor de beste groeninspiratie
  • Handige groenvideo's
minuten lezen

Les 5: Brrr, beestjes in je plant

Hm gek, je plant deed het zo goed maar opeens verkleuren de bladeren en hangt hij er een beetje sip bij. Je hebt alle extra verzorgingstips al toegepast en niks lijkt te helpen. Als zoiets gebeurt, is het altijd goed om je plant te controleren op ongedierte want het kan zijn dat je plant ongewenst bezoek heeft. Waar moet je opletten, hoe voorkom je het en hoe bestrijd je het? In deze les beantwoord ik al deze vragen over virussen, beestjes, schimmels en paddestoelen.

 

Hoe dan?

De meeste beestjes voeden zich met het sap van de plant, dit doen ze door bijvoorbeeld kleine hapjes uit het oppervlakte van het blad te nemen. Met grote gevolgen voor je plant. Een aantal tekenen dat er ongedierte in je plant zit, zijn verkleuring of vervorming van het blad, fijne webjes verschijnen die over het blad liggen (dus niet tussen de bladeren, zoals bij een spinnenweb), plakkerig spul op de bladeren of grond rondom je plant of witte pluisjes die op schimmel lijken tussen de takjes.

De ene plant is wat gevoeliger voor ongedierte dan de andere plant. Tropische planten met fragiele bladeren zijn over het algemeen vatbaarder dan stevige planten zoals bijvoorbeeld Yucca’s. Een kamerplant op de tocht of verzwakt door de onjuiste verzorging heeft ook minder weerstand tegen infecties. Zo kan te veel water leiden tot zachter blad, waardoor luis gemakkelijker voedingssappen tot zich kan nemen.

Toch kan een gezonde binnenplant ook besmet raken. Het is namelijk heel lastig om te voorkomen dat er beestjes op je plant terechtkomen. Ze kunnen via de wind binnen komen, via huisdieren, via je kleren of soms hebben ze zelf vleugeltjes om je plant op te zoeken.

 

Beestenboel

Er zijn helaas een hele hoop plantenziektes en typen ongedierte. Sommige beestjes zijn meteen herkenbaar, zoals bladluis. Maar andere beestjes komen je misschien niet zo snel bekend voor of zijn zo klein dat je ze alleen goed kan zien met een vergrootglas. Meestal is je plant slachtoffer van wolluis, spint en trips en soms van bladluis, dopluis, of een schimmel als meeldauw of roetdauw.

Om te weten waar je op moet letten, noem ik een paar van de veel voorkomende infecties die in je kamerplant kunnen verschijnen en hoe je ze kan herkennen:

BLADLUIS – Dit zijn kleine groene of zwarte luisjes die op een kluitje bij de groeipunten van je plant zitten. Ze zorgen ervoor dat bladeren geel worden en misvormen. Pak je het niet meteen aan, dan kan dit zelfs leiden tot infecties of schimmel. Het beste kan je bladluis bestrijden door te spoelen met water en daarna te besproeien met een zeepsop- en spiritus mengsel, hier leg ik je later meer over uit.

DOPLUIS – Dopluis herken je als een klein bruin bobbeltje op je plant. Je kan ze met je nagel van de plant afwippen, waardoor je weet dat het geen vergroeiing van je plant is. Ze scheiden een plakkerige vloeistof (honingdauw) af.

SCHILDLUIS – De schildluis is qua kleur hetzelfde als je dopluis maar net iets groter en ze scheiden geen honingdauw af.

SPINT(MIJT) – Spint herken je aan hele kleine gele, rode of zelfs zwarte spinachtigen van 0,1-1 millimeter groot. Zij zuigen de sappen uit de plant waardoor er witte of gele plekken ontstaan. Bij veel spint vormen er fijne webjes over bladeren heen. Omdat spint zo klein is, ontdek je het pas vaak wanneer er heel veel op je plant zit en het al te laat is. Beter is dus om het te voorkomen, dit doe je door regelmatig je plant in te spuiten en en op een koele plek te zetten want spint houdt niet van droogte en kou

TRIPS – Dit zijn zwarte langwerpige beestjes van ongeveer 1 mm groot. De larve zijn kleiner en wit van kleur. Als je bladeren een soort zilverachtige verkleuring hebben, dan is er een grote kans dat dit komt door tripsen. Je vindt ze als je tegen de top van de plant tikt boven een stuk wit papier. Ze kruipen namelijk graag naar de bloemtoppen of nieuwe uitkomende toppen, of ze zitten onder het blad.

WOLLUIS  – Wolluis lijkt op wit pluis in de oksels van het blad en op andere kleine plekjes en gaatjes van je plant. Wolluis is een beetje rozig/oranje maar bedekt zich met een laagje witte draden waardoor het op een soort schimmel lijkt. Als je het pluis verwijdert blijft er een klein wit harig beestje over van een paar millimeter lang.

ROUWVARENMUG EN WITTE VLIEG–  De rouwvarenmug zijn kleine zwarte vliegjes die rondom je plant vliegen. Ze leggen eitjes in jouw vochtige potgrond, deze larven kunnen de wortels van je plant aantasten. De witte vlieg is juist een wit bepoederd vliegje die zich onder de bladeren van je plant verstopt waar ze nieuwe eitjes leggen.

Het is goed om te weten dat de beestjes voor jouw planten schadelijk zijn, maar dat zijn ze gelukkig niet voor jezelf, je kinderen of je huisdieren. Je hoeft dus niet meteen een plant weg te gooien als je er een beestje op ontdekt, want je kan je plant vaak behandelen om hem weer gezond te maken.

 

Ten aanval

Heb je een infectie gevonden in je plant, dan is het belangrijk om actie te ondernemen. Haal allereerst je plant snel weg bij je andere planten om te voorkomen dat het verspreid naar de rest van je plantenclub. Als het lekker weer is in de lente of zomer, kan je er voor kiezen om je plant buiten te zetten.

Daarna kijk je wat er aan de hand is en probeer je van de plaag of schimmel af te komen. Je geïnfecteerde plant schoonmaken is de eerste stap. Sommige beestjes kan je makkelijk een doekje wegvegen of met een goede straal van je plant afspoelen. Een oude tandenborstel helpt vaak ook bij het wegborstelen van spint.

Ander ongedierte is soms wat hardnekkiger, zoals de bladluis, wolluis en trips. Als je een kleine infectie wolluis of dopluis hebt, kan je de beestjes met een wattenstaafje met spiritus aanstippen en zo van je plant af halen. Maar een grote plaag kan je beter bestrijden met een speciale spray. Deze spray kan je bij Intratuin kopen of zelf maken:

  • 20 ml groene zeep
  • 20 ml spiritus
  • 1 liter water

Spray je plant hier goed mee in, zowel de bovenkant als de onderkant van de bladeren, totdat de vloeistof van de plant af druppelt. Dit lost de wassige laag van de insecten op en daardoor drogen ze uit. Hierna kan je ze makkelijk wegspoelen met de harde straal van de douche. Herhaal dit om de twee weken totdat je de plant minimaal drie keer hebt behandeld. Met een herhaling van de behandeling zorg je er ook voor dat ze wegblijven.

Naast het behandelen met water of spray, is het ook verstandig om de zwaar aangetaste delen weg te halen met een snoeischaartje of scherp mes. Doe deze delen direct in een plastic zak die je goed afsluit en weggooit. Maak daarna altijd je schaar of mes goed schoon om besmetting te voorkomen.

Middelen tegen beestjes

 

Voorkomen is beter dan genezen

Baanbrekend is het niet, maar de beste tip tegen ongedierte is om je plant gezond te houden zodat hij niet verzwakt en vatbaar wordt. Daarnaast kan je goed letten op de hygiëne bij de verzorging van je plant. Maak bijvoorbeeld bij het verpotten de oude en nieuwe potten goed schoon. Gebruik hiervoor een beetje groene zeep opgelost in heet water. Vergeet ook niet om je gieter af en toe schoon te maken om schimmels te voorkomen. Verder helpt het heel erg als je je plant regelmatig sprayt met water. De meeste ongedierte houdt namelijk niet van een hoge luchtvochtigheid.

Vanaf nu is het belangrijk dat je de plant die je hebt behandeld, maar ook gezonde planten, regelmatig controleert. Het kan gebeuren dat een plaag weer terugkomt en dat wil je zo snel mogelijk in de kiem smoren. In de zomertijd zijn beestjes over het algemeen actiever dan in de winter, dus wees dan extra alert. Hebben je planten in de zomer buiten gestaan? Controleer ze dan ook extra goed op luizen en schimmels voor je ze binnen bij andere planten zet.

Als je je plant controleert, bekijk dan de bladeren op zowel de bovenkant als de onderkant. De meeste insecten zitten aan de onderkant van het blad waar de sapstromen door de nerven lopen en waar ze zich aan voeden. Kijk ook goed tussen de takjes en in de oksels van de takken. De oksel is de hoek tussen de stengel en bladsteel. Deze beschutte plekjes vinden insecten fijn omdat er weinig licht komt.

Voor gezonde planten

 

Niet pluis

Schimmels zijn over het algemeen niet zo schadelijk als ongedierte en insecten, maar het is voor je plant zeker geen feest. Controleer dus ook altijd de grond van je plant want  sommige schimmels verschuilen zich hier. Je kan ze niet altijd met het blote oog zien, maar je ziet wel het resultaat: je plant zal verwelken door uitdroging.

Er zijn ontelbaar veel soorten schimmels maar ik noem de meest voorkomende zodat je weet waar je op kan letten tijdens je maandelijkse plantencheck:

BOVENGRONDSE SCHIMMEL – Soms kun je een bovengrondse witte schimmel of paddenstoeltjes op de aarde van je plant vinden, dit is vaak onschuldig. Het betekent wel vaak dat je te veel water geeft of een afvoerprobleem hebt. Schraap de schimmel eraf en zorg ervoor dat de aarde droogt tussen het water geven. De paddenstoelen kan je ook gewoon weghalen, maar vervang dan wel de bovenste laag van de aarde.

ROETDAUW – Dit is een schimmel die het goed doet op honingdauw. Heeft je plant last van bladluis of witte vlieg, dan heb je kans op deze zwarte aanslag. Door deze schimmel neemt je plant geen licht meer op, en dat wil je natuurlijk niet hebben. Een goede manier om er vanaf te komen is om het simpelweg van het blad af te vegen en goed na te spoelen.

MEELDAUW – Dit is een schimmelaantasting op het blad van de plant. Het is een soort witte waas of pluis op het blad. Bestrijden is heel lastig, dus je kan het beste voorkomen door de plant goed te verzorgen. De Begonia is erg gevoelig voor meeldauw.

ONDERGRONDSE SCHIMMELS – Deze kan je niet zien maar als je plant verwelkt dan kan hij last hebben van wortelschimmels. Door de aangetaste wortels krijgt je plant geen water waardoor hij uitdroogt. Deze schimmels kunnen erg lang overleven in de potgrond dus het beste is om je plant te verpotten en nieuwe en schone grond te gebruiken.

WORTELROT – Schimmel kan uiteindelijk ook leiden tot wortelrot. Dit ontstaat als je plant te lang nat is en blijft of te koud staat. De wortels van je plant gaan dan rotten. Je ziet dit als je plant slap gaat hangen, de bladeren verkleuren, uitdrogen en afvallen. Geef je plant even geen water en laat de grond goed opdrogen. Mocht dit allemaal niet helpen dan kan je je plant ook verpotten.

De meeste schimmels kan je gelukkig heel snel verwijderen door ze weg te vegen, anderen kan je het beste bestrijden door je plant te voorzien van een nieuw bedje potgrond. Wanneer je dit laatste doet, zorg er dan voor dat je zoveel mogelijk oude aarde verwijdert en dat de pot van je plant ook goed schoon is.

Gooide je voor deze plantencursus je plant met insecten of schimmel weg, nu weet je dat je van alles kan doen om je plant vrij te krijgen van een plaag of ziekte. Ben je met het (goede) plantenvirus besmet en wil je jouw groene collectie uitbreiden? In de volgende en tevens laatste les vertellen ik je hoe!

Les gemist?

Ook leuk om te lezen